elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opa

opa , [grootvader] , ota , (mannelijk) , otaten , grootvader, beb. Zie op het woord bappe.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
opa , ota , zelfstandig naamwoord de , Opa, grootvader (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
opa , opa , de , opa’s , grootvader Oous opa wordt eerdaogs tachtig jaor (Gas), z. ook bes
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opa , ota , de , (Zuidoost-Drents zandgebied) = opa Ota en Ootien opa en oma (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opa , oopa , opa , Oopa vraogt of de kiendjes ók thûis zén want dan kömt ooma ók meej nôr éij. Opa vraagt of de kindjes ook thuis zijn want dan komt oma ook mee naar jullie.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
opa , opa , zelfstandig naamwoord mannelijk , opas/aampas , - , grootvader , opa; grootvader aampa aampa (vero.)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
opa , oopaa , zelfstandig naamwoord , opa; Cees Robben: 'oopaa'; Cees Robben: naa maag den oopaa zeeker et penneken ötlekke; Cees Robben: den oopaa heeget bij mekaar geschròpt; Dirk Boutkan: zulde goed nòr oopaas löstere? - luister je goed naar opa?; Dirk Boutkan: (blz. 59) onzen/onze, julliejen/jullie, hulliejen/hullie oopaa; WBD III. 2. 2:64 'opa' = grootvader
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal