elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pietsje

pietsje , piesje , (onzijdig) , piesjes , beetje, weinig. Een klein piesje. Er zat nog maar een klein piesje wol op dat lam. Het moet bij piesjes gezocht worden.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
pietsje , piesie , pietsie , zelfstandig naamwoord , Pietsje, zeer klein beetje. | Geef me maar ’n piesie melk. Mogelijk is de vorm ontstaan onder invloed van Duits Biszchen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
pietsje , puuske , zelfstandig naamwoord ’t , Klein beetje (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
pietsje , pietse , veel, b.v.: ’n pietse wèrk = veel werk. vkl: pietsien = heel klein beetje.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
pietsje , pietsien , (vkl. van pietse) heel klein beetje.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
pietsje , pietsie , een kleine hoeveelheid.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
pietsje , pietsien , pietertien, piestertien, pieteltien , het , pietsies , Ook pietertien (Zuidwest-Drenthe, zuid), piestertien (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), pieteltien (sl:Hgv) = klein beetje Doe mij der nog mar een pietsien suker in (Sle), Een piestertie zolt der in, niet te veule (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pietsje , pietsien , klein beetje. Ook: pieteltien
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
pietsje , pietsien , iets.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
pietsje , pietsien , pietsertien , zelfstandig naamwoord , et 1. klein beetje 2. tikje, kleine duw of klap
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pietsje , pitsjke , zelfstandig naamwoord onzijdig , pitsjkes , - , beetje , VB: E pitsjke zaat hoeveelheid (een kleine hoeveelheid) pitsjk VB: E pitsjke zaat
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
pietsje , pietsien , (zelfstandig naamwoord) , kleine hoeveelheid.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
pietsje , pietske , zelfstandig naamwoord , beetje (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal