elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pompen

pompen , [verplaatsen via een pomp, stompen] , pompen , (intransitief werkwoord) , slaan, stompen, stooten. Hij pompt er maar op. Uit den mond van onbarmhartige veedrijvers hoort men niet zelden: als zij niet willen moet je er maar op pompen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
pompen , pompen , (pòmpə) , (zwak werkwoord, transitief) , 1) Stompen, stoten, met vuist of elleboog. Zie pomp. || Hè, dat’s gemeen om me zo onverwachts te pompen. Hij pompt er maar op. – Evenzo in de Beemster (BOUMAN 83) en elders. 2) Wijze van knikkeren, waarbij een aantal knikkers tegelijk met een plons wordt neergegooid. Synon. opkluten. Een jongen neemt enige knikkers in de hand, b.v. vijf, en zegt tot een ander: “Pomp me de vijf”. Deze legt er nu vijf knikkers bij. De eerste werpt daarop al die knikkers tegelijk in het kuiltje. Deze handeling heet pompen. Blijft er nu een even getal in de kuil liggen, dan wint de pomper; is het aantal oneven dan zijn de knikkers voor de ander. Blijven echter alle knikkers in de kuil dan roepen de overige jongens: “Potje garen? bank!”en gaan om het hardst aan het grabbelen. – Op dezelfde wijze, doch minder grof, gaat knoeien; zie aldaar.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
pompen , [spel] , pompen , Knikkerspel. Twee spelers gaven ieder evenveel knikkers, waarmede om beurten werd “gepompt”, d.i. de speler gooide ze in een kuiltje, zoodanig, dat een deel buiten het kuiltje (ook wel “pot” geheeten) terecht kwam. Was het aantal in de pot oneven, dan had de speler gewonnen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
pompen , pompe , pompen (met de ruggen tegen elkaar beurtelings optillen, kinderspel)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
pompen , pómpe , pómpde, haet of is gepómp , pompen. Pómpen of verzoepe: erop of eronder.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
pompen , pómpe , een van de poten bewegen om zo het bloed beter te laten uitstromen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
pompen , pompen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. pompen As de koenen op de stal aordig dörst hadden, mus ie een beste zeling pompen, veurdaj ze zat harren (Ruw) 2. vallen, donderen (Zuidoost-Drents zandgebied) Het was glad; hie pompde der hen (Sle), As de jongs an het vrangen waren, zeden ze: hie pompde hum zo op de grond (Sle), Hie luut zuk pompen (Sle), z. ook ponken 3. trappen van een kerkorgel (Zuidwest-Drenthe) Het kaarkörgel worde vrogger pompt (Wap), Mien zwaoger gunk vrogger ’s zundes hen örgel pompen (Koe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pompen , pompen , werkwoord , 1. pompen; 2. Gunninks woordenlijst van 1908: zwaar hoesten
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
pompen , pompen , werkwoord , 1. vloeistof of gas in of uit iets pompen 2. een pomp bedienen, doen werken 3. bep. knikkerspel spelen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pompen , poompe , werkwoord , poomde, gepoomp, poompenterre , pompen , VB: De bieste hebbe doës, poomp 'ns éffe 'nne bak wäoter.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
pompen , pompen , hoesten.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
pompen , pompe , zwak werkwoord , pompen; Dirk Boutkan (blz. 27) uit het cluster mpt wordt de p steeds verzwegen: pomt, pomte, gepomt; WBD III 4,2:167 lemma Pompen van de meikever - Het herhaalde malen met de vleugels bewegen voordat een meikever opvliegt. tellen – Tilburg; mulderen – Tilburg; pompen – Tîlburg
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal