elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ratjetoe

ratjetoe , radjetoe , (zelfstandig naamwoord) , slappe kost, waterige soep, dunne spoeling. Hij voedert zijn varkens met radjetoe.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
ratjetoe , reutjiepepeu , zelfstandig naamwoord , [O] ratjetoe van etenswaren Nou ja, ’t is saeterdag en dan is ‘t reutjiepepeu
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
ratjetoe , ratsjepoe , zelfstandig naamwoord onzijdig , [geen mv.] , gepeupel
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal