elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rel

rel , [schijf] , rel , (vrouwelijk) , "schijf, platte eenigszins afgeronde bol, waarmede de jongens werpen; denkelijk alzoo genoemd, dewijl een dusdanige bol soms reilt. Zie op Reilen."
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
rel , rel , (vrouwelijk) , rellen , onderaardsche gang, loopgraaf van muizen en mollen. Men onderscheidt ze in diepgaande gangen der mollen, die de molshoopen onderling verbinden, en rellen of ritten, die onmiddelijk onder de graszode doorloopen; de muizenrellen zijn meer aan de oppervlakte en open. De muizen azen hoofdzakelijk op ’t gras en knagen zijn wortels af; terwijl de mollen op insecten en wormen azen. Zie verder op het woord ritten.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
rel , rel , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Loopgraaf, onderaardse gang van muizen of mollen. Ook in de samenst. mollerel, muizerel; zie aldaar. – Synon. rit. || De grond zit vol rellen. ’t Straatje verzakt, er is zeker ’en rel onder. De mol heb weer ’en rel deur ’et perk ’emaakt. – Evenzo elders in N.-Holl. – Vgl. Ned. ril, groeve, vore, Gron. ril, loopgraaf, Oost-Fri. rille, ril, spleet, vore, loopgraaf waterloop, Eng. rill, beekje, enz.; zie de wdbb. – Vgl. verder rellen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rel , rel , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Bij de gortpellerij. Het rellen. Zie rellen. || De molen staat an de rel (is bezig te rellen).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rel , rel , (zelfstandig naamwoord) , Verkl. reltje. –1) De afgeronde houten klossen, waar de wieg op staat en heen en weer bewogen wordt. || De rellen van een wieg. Hè, wat stoot ik me an de rel van de wieg. – Evenzo elders in N.-Holl. 2) De houten wielen aan kinderspeelgoed, als wagentjes, paardjes, enz. Alleen als deze uit een houten schijf bestaan heten ze rellen; die met spijltjes of spaken noemt men wieltjes. || Nou is ’t reltje der alweer of. Vgl. Teuthonista 210 “ryl vur eyn va” en “rylen” zonder aanwijzing der betekenis, doch welk laatste woord ook voorkomt in Oorl. v. Albr. 214 (a° 1399): “van scroden (van wijn) II nobel, van binden, verlaten ende rillen I nobel.” – Verder Oost-Fri. rêl, haspel; Ags. hreol, reol, Eng. reel, haspel, klos. – Indien deze woorden verwant zijn met rel is de verhouding der klanken niet helder.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rel , relle , zelfstandig naamwoord meervoud , Afgeronde houten klossen waar de wieg op stond en waarop deze heen en weer bewogen werd.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rel , rel , rul , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze van de rel weze, van de rul weze 1. uitgelaten zijn. 2. uit zijn normale doen zijn. ’t Weer is van de rel, rul het weer is van de kook. Waarschijnlijk is dit rel vergelijkbaar met Engels rail, Frans raille, dat evenals Nederlands regel teruggaat op Latijn regula.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rel , rel , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = actief, flink Hij is zo rel as een hane bij de kiepen (Nije)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rel , rel , de , rellen , rel, opstootje As er rellen waren, was hij der aaid bij (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rel , rel , zelfstandig naamwoord , de 1. rel, opstoot 2. opschudding
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal