elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rul

rul , rul , (bijvoeglijk naamwoord) , los, murw, zacht. De bodem van den tuin en het bouwland is thans zoo rul en los, als men het kan begeren; de modder of teelaarde is zoo rul, dat hij bij het minste aanraken uit een valt.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
rul , rul , (vrouwelijk) , rullen , nuk, gril. Het is zoo bij de rullen dat het paard geen goeden zin heeft; daar krijgt hij weer een rul.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
rul , rul , (bijvoeglijk naamwoord) , Los, murw, weinig samenhangend. || Je moete de grond goed rul maken, eer je zaaie (zaait). De modder is zo rul, je ken ze helegaar an stof wrijven. Ik lust graag oubakken brood: dat is rul in je mond; nuwbakken is me te klef. Ik hou van rulle rijst (rijst uit het water, die goed droog gekookt is en dus uit elkaar valt). De rijst is veuls te nat; as je der bessenat over eten wille, moet ze rul wezen. – Evenzo elders in N.-Holl. (BOUMAN 90) en in Gelderl. Bij VAN DALE wordt rul opgegeven in de zin van ongelijk, hobbelig.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rul , rul , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Bui, vlaag. || Hij heb een goeie (kwaje) rul (bui, luim). Daar heb ’et peerd weer ’en rul (een koppige bui). Bij de rul (of bij de rullen) is-i koppig. – Vgl. rul III.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rul , rulle , zelfstandig naamwoord meervoud , in de zegswijze bai de rulle, bai vlagen, bij buien. | Hai ken bai de rulle zô giftig worre.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rul , rul , rulle , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Ook rulle (Zuidwest-Drenthe, noord) = rul, los Die grond is mooi rul (Dwi), Die zaandweg was zo rul, de raden zakten der in weg (Bei), Ochtendvoer mus rul mokt worden (Eev)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rul , rul , bijvoeglijk naamwoord , (van grond) rul, mul, los
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal