elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schamperen

schamperen , [kwetsen] , samperen , (intransitief werkwoord) , schamperen, ligt kwetsen. Het samperde nog al een beetje, het was maar een schampschot, het kon erg geweest zijn; maar neen, het sampert nog al.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
schamperen , samperen , schamperen , (zwak werkwoord, onpersoonlijk) , Gewijzigde vorm van Ned. schamperen, er even van terzijde langs gaan, rakelings langs strijken, in een paar bijzondere toepassingen gebruikelijk in de Wormer. || “Heb-je nogal schik ’had?” “Dat sampert maar” (dat houdt niet over, maar zo-zo). – (Als op een buiige dag de zon van tijd tot tijd door de wolken breekt, maar telkens weer door regenbuien wordt verjaagd, zegt men:) Het sampert er maar om heen (of dat sampert er maar zo heen). – In de Beemster daarentegen bezigt men samperen nog in meer eigenlijke zin van een schampschot; b.v.: Het kon erg geweest zijn, maar neen, het sampert nog al (BOUMAN 91).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
schamperen , sámpere , werkwoord , Variant van schamperen, licht raken of kwetsen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schamperen , schampern , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Midden-Drenthe) = schimpen, (zelfst.) Nou moet ie even opholden met dat schampern op hum (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schamperen , schêmpere , werkwoord , schoren
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal