elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schobbejak

schobbejak , schobjak , schoft, schoffert = deugniet, onbeschoft mensch.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schobbejak , schobbejak , schobbejakken , beledigend woord, schobberd, gemeen mensch, wanhavenig lediglooper. Het zijn schobbejakken, wanhavenig volk.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
schobbejak  , schoebbejak , schobbejak.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
schobbejak , schobbejak , m , schobpaal; vlegel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
schobbejak , sjóbbejak , sjobbejėk , mannelijk, onzijdig , Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
schobbejak , schobbejak , 1. koe die zich vaak schuurt: 2. schurk.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
schobbejak , schobbejak , de , schobbejakken , schurk, schavuit As die schobbejak der weer ankomp, moej de hond der op ofsturen (Eex), Pas op veur den schobbejak (Coe), Het was vroeger een arme schobbejak sloeber (Zwig), Wat een gemiene schobbejak (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schobbejak , skobbejak , schobbejak
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schobbejak , schobbejak , schubbejak , zelfstandig naamwoord , schobbejakke , schobbejakkie , 1. overhemd, werkoverhemd; korte werkkiel van grof linnen 2. schurk, boef Ook schubbejak; Zie ook frokkie
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
schobbejak , sjôbbejak , zelfstandig naamwoord mannelijk , sjôbbejake , sjôbbejekske , schobbejak , VB: Dè sjôbbejak hèt 'm z'nne lêste sént aofgezat.; kwajongen sjôbbejak
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal