elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schokken

schokken , [schelden] , schokken , (werkwoord) , schelden, schimpen. Hiervan ook schokker en schokster.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schokken , schokken , (intransitief werkwoord) , electriseren. Hij laat zich schokken, wordt geschokt, schokmachine.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
schokken , skokke , werkwoord , Betalen, afrekenen. Vgl. Bargoens schokken, dat ontstaan is uit Jiddisch schochad = hij heeft gegeven. Zie het N.E.W. onder schokken 2.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schokken , skokke , werkwoord , Electriseren (verouderd). || Hai leit z’n oigen alle weke skokke.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schokken , schokken , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. schokken Non moej niet dèur alle gaten en koelen rieden, dat schokt zo (Bei), De gewichten van de klok schokt gaan met een schok naar beneden (Sle), Zie schokte van het reren (Bor) 2. betalen As het neijaor west is, komt de rekens en dan moej schokken (Ndo), Laot hum mor schokken (Anl) 3. sorteren met de schokker (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe) Ze moet mörgen eerpels schokken (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schokken , schokken , betalen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
schokken , skokken , werkwoord , schokken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schokken , skòkken , 1. betalen; 2. Gunninks woordenlijst van 1908: schrokken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schokken , sjôkke , zjôkke , werkwoord , sjôkde, gesjôk/zjôkde, gezjôk , schokken , VB: Dè wäoge sjôk érg.; zjôkke
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
schokken , schokke , betalen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
schokken , skokken , (werkwoord) , skokken, eskokt , schokken.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
schokken , schòkkere , zwak werkwoord , "schokken van plezier; ""Die is goed!"" schokkerde'n-ie, ""die is prima! Daor vatten we d'r eene op!""... (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 8; 31-12-29)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal