elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schriel

schriel , schriel , schraal.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schriel , schriel , (bijvoeglijk naamwoord) , schril, schraal. De zaak staat er schriel voor, dat is schriel afgeloopen, een schriele man, een schriel gezigt.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
schriel , schriewel , (bijvoeglijk naamwoord) , schrook, ingekrompen; opgedroogd, min, nietig. Het is een schriewel, een schrieweltje.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
schriel , schriel , (bijvoeglijk naamwoord) , Zie de wdbb. Behalve in de zin van zuinig, gierig, deun, ook in die van schraal, mager. || Het kind zag er schriel uit. – Zo ook elders in N.-Holl.: Die zaak staat er schriel voor, het is bedenkelijk (BOUMAN 94; Navorscher 7, 289). – Soms ook als zelfstandig naamwoord Iemand die schriel is. || ’t Is ’en schriel.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
schriel , schriel , mager, schriel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
schriel , skriel , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , 1. Schriel, schraal, mager. 2. Bekrompen, gierig.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schriel , schrielderig , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , schriel (LPW: Lop) Zie ook *pierig .
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
schriel , schriel , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , mager, schriel Wat is dat toch een grof mèensk, een heeil aander as heur zuster. Dat is mor zu’n schriel geval (Eex), Het was mor een schriel mannegie (Pei), ...laompien (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schriel , schriel , bijvoeglijk naamwoord , 1. schriel: mager, lang en dun 2. gierig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal