elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: snakker

snakker , [ziltig, hartig] , snakker , (bijvoeglijk naamwoord) , ziltig, zout, hartig. De visch was snakker, wel wat al te snakker.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
snakker , snakker , prater, Oostfriesch snakker; zie: snakken.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
snakker , snakker , (bijvoeglijk naamwoord en bijwoord) , 1) Bnw. Een weinig zuur van smaak; van zure room, karnemelk enz. || Snakkere waai (wei). De room is goed snakker. Ik doe er nag wet stroop in: de brij (karnemelksdikje) is nagal snakker. – Zo ook elders in N.-Holl. (Navorscher 21, 534). Volgens BOUMAN heeft het woord in de Beemster de bet. van hartig, zout. || De vis was snakker. 2) Bijw.; alleen in de uitdr. snakker vriezen, pittig, fijntjes vriezen. Thans weinig gebruikelijk. || Het vriest snakker. Jan(uari) 18 begost het uyten N.O. seer hard op te koele en vroor snacker; 19 dito had men binne al veel ijs, Journ. Caeskoper, Jan. 1676. 20 en 21 ditto vroor het wederom vry snacker, maer doyden haest weer, ald., Febr. 1677. Vroor seer snacker, ald., 1 Febr. 1681 (in hetz. journaal nog verscheidene malen). In Vlaand. is snakker en snak gebruikelijk voor vlug, levendig, van personen (SCHUERMANS 637; Loquela 7, 95).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
snakker , snakker , bijvoeglijk naamwoord , Hartig, zoutachtig, soms ook: zuurachtig. Het woord hoort bij het werkwoord snakken, dat voorheen ook de betekenis had van ‘gretig happen’. Vgl. Engels snack.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
snakker , snakker , snakkerd , de , snakkers , opschepper Laot eerst is zien, aj het beter kunt, aol snakkerd (Wed), Dat is wel zo’n snakker, dat is de geleerdighaid zulf (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
snakker , snager , snagerd , iemand die graag en veel fruit eet
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal