elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: soebatten

soebatten , soebatten , (werkwoord) , met aandrang en kracht van herhaling smeeken, ook = geveinsd, fijn of schoon praten.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
soebatten , soebatten , (intransitief werkwoord) , mooi praten, smeken. Hij heeft er wat om gesoebat, en toch heeft al dat soebatten, huichelen en kruipen hem niet kunnen helpen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
soebatten , soepbakken , een verbastering van: soebatten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
soebatten , soebatte , werkwoord , soebat, soebatte, gesoebat , smekend vragen Hij heb d’n hêêlen dag lôôpe soebatte hij heeft de hele middag lopen smeken
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal