elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sprieten

sprieten , [moeite doen] , sprieten , (intransitief werkwoord) , splieten, tegen de wind en stroom opwerken. Ze hebben daar wat te sprieten, veel moeite te doen om hun doel te bereiken. De werkwoorden sprieten en splieten gebruikt men hier nagenoeg in dezelfde beteekenis, hoewel de zin van beide nog al verschilt.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
sprieten , spriete , werkwoord , Tegen wind en stroom opwerken, veel moeite doen (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal