elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stakker

stakker , stakker , (mannelijk) , stakkers , sukkelaar, arme hals, behoeftig mensch. Het is een arme stakker. Men gebruikt dit woord hier dikwijls schertsend in tegenovergestelden zin tegen iemand die heel goed zijn tol kan draaien, maar toch meermalen zijn nood klaagt: “je bent een arme stakker.”
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
stakker , stakker , stakkert , stumper; ook: iemand die oud en arm is; in ’t algemeen: een diep beklagenswaardig mensch; ook Overijselsch, Oostfriesch, Nedersaksisch; Holsteinsch stakkel, Noordfriesch stakel, stackel, stacker, Zweedsch stackare, Deensch stakkel, Noorweegsch stackall, stakar. (Wellicht, zegt ten Doornk. eene verbastering van het Oud-Noorsche stafkarl = oud man, die een stok behoeft om te gaan, bedelaar, enz.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stakker , stakker , stakkerd , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze ’n stakker(d) het gien gat, reactie op de opmerking, ‘wat een stakker’ om aan te geven, dat men het gebruik van ‘stakker’ wat overdreven vindt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
stakker , stakker , de , stakkers , stakker Die stakker hef een hörrelvoete (Pes), Dei stakker verdeint ok ja zowat niks en zien wief is ok gien beste (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stakker , stakkerd , stakkerd
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stakker , stakker , stakkerd , zelfstandig naamwoord , de; stumper, stakker
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal