elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: thuishalen

thuishalen , [in huis halen] , tuishalen , (intransitief werkwoord) , Een vreemd kind als eigen aannemen, noemt men tuishalen. Een zoodanig kind heet: tuishaalder.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
thuishalen , thuishale , werkwoord , Ook: een vreemd kind in zijn huis, zijn gezin opnemen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
thuishalen , thuushaelen , thuushaolen , werkwoord , naar huis halen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal