elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tuik

tuik , tuik , (bijvoeglijk naamwoord) , net, zindelijk, rein. Het is hier alles even tuik en netjes, hij houdt van tuik, een tuik spultje. Men kan ook al te tuik zijn, te overdreven zindelijk.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
tuik , toek , loos, listig, verstandig, scherp; hij ’s toek genōg, zooveel als: hij is gaar genoeg, men moet hem niet voor onnoozel houden; ook Friesch. Vgl. ’t Hoogduitsche Tücke = nijd, boos opzet; hier zou dus: ’n toek, zooveel zijn als: valsche, gemeene vent. De ongunstige beteekenis blijft hier echter geheel buitengesloten, terwijl het zelfstandig naamwoord tot een bijvoeglijk naamwoord is geworden. Zie: toeken 1, en vgl. tuk = geslepen, afgericht.
sterk; ’t het toek vroren.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
tuik , tuik , (bijvoeglijk naamwoord) , Net, zorgvuldig; van personen die zorg dragen voor hun kleding en eigendom, enz. || Een tuik wijf. Hij is heel tuik op zen kleren. Ze is tuik op ’er haar. ’t Is ’en tuike boer (die tuik is op zijn stal, zijn vee enz.). Ze is erg tuik op de was (netjes op het wasgoed). – Vandaar ook van zaken. || De boel is er tuik (zindelijk en goed onderhouden). ’t Is ’en tuik huishouwen. Een tuik spultje. – Soms ook: vlug, vaardig, bij de hand, van personen. || Een tuik meissie. – Ook elders in N.-Holl. kent men tuik in de zin van net (Hs. Kool; BOUMAN 108). In Friesl. is toek eveneens net, nauwkeurig (op iets) (EPKEMA 502; WASSENBERGH 107), alsook, gelijk in Gron., leep, schrander (MOLEMA 425). Vgl. verder Ned. tuk (op iets), geslepen, afgericht (op), en begerig (naar), heet (op). – Men zegt ook: Hij weet ’et tuik (het komt er bij hem precies op aan).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
tuik , toek , aardig, bevallig
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal