elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: twinter

twinter , [driejarig rund] , twinter , (bijvoeglijk naamwoord) , twenter, driejarig rund. Eene koe die op driejarigen ouderdom haar tweede kalf ter wereld brengt is een twinter, terwijl men een eerste kalfvaars enter noemt. Vandaar de spreekwijze: “enter en twenter.”
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
twinter , twinter , (zelfstandig naamwoord) , Eigenlijk tweejarig dier, maar thans gebruikelijk als de benaming voor een koe die voor de tweede maal heeft gekalfd en dus drie jaar oud is. Evenzo elders in N.-Holl., ook in de vorm twenter (BOUMAN 109). In Friesl., Gron. Oost-Friesl., Nederduitsl. (reeds in de middeleeuwen) kent men het woord in de zin van tweejarig rund (of paard) (HALBERTSMA 230, 15; MOLEMA 435; KOOLMAN 3, 454; LÜBBEN 3, 641). Vgl. bij KIL.: “tweenter-dier, twinter-dier, Fris. animal bimum”. Het woord is oorspronkelijk een bijvoeglijk naamwoord en samengetrokken uit tweewinter, twiewinter. – Vgl. enter.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal