elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vleken

vleken , [krabben] , fleeken , (transitief werkwoord) , krabben, de kat fleekt, zij kan vuilaardig fleeken. Ze fleekte al een paar malen naar de kleine meid; pas op ze zal haar fleeken.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
vleken , flekens , (Kamperveen) mat, gevlochten van eiken stokken, die over de liggers van een brug over de sloot wordt gelegd
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vleken , vleken , (Kamperveen) tenen mat, meestal gebruikt als bedekking voor een brug
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal