elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vlossen

vlossen , [baggeren] , vlossen , (transitief werkwoord) , modderen, beugelen, baggeren, den modder uit de sloot vlossen, met de vlos uitbaggeren. De vlos is een ijzeren beugel, bevestigd aan een langen houten steel, waaraan een zakvormig net is vastgemaakt; vandaar vlosbeugel, vlosnet.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
vlossen , florsen , flossen, vlossen , (zwak werkwoord, transitief) , Daarnaast flossen en vlossen. ‒ 1) Ruigte uit de sloot ophalen, de sloot reinigen van flab en ontuig. Synon. heinen. Thans ongebruuikelijk, maar te Assendelft nog aan velen bekend in de vorm vlossen. Het woord werd gebruikt in tegenstelling met baggeren (modder uit de sloot ophalen). Bij de polderschouw werd soms iemand beboet, omdat hij niet had gebaggerd, maar enkel gevlost. Het vlossen geschiedt op het land staande en door middel van een haak (flos). ‒ In de Beemster schijnt vlossen thans gebruikt te worden in de zin van baggeren, modderen, beugelen (BOUMAN 112). Vroeger schijnt het echter ook de ruigte uithalen te hebben betekend. Zie flos. ‒ Vgl. de samenst. uitvlossen, en zie florswal. 2) Modder over het land brengen, de uit de sloot gebaggerde modder over het land uitspreiden, om dit op te hogen of te bemesten (Westzaan, Wormer). De vorm florsen schijnt in deze zin thans ongebruikelijk; men spreekt nu van flossen en vlossen. Het flossen geschiedt door midddel van een plank aan een stok, waarmede de modder over het land wordt geschoven en verdeeld. Dit werktuig heet flosser, modderflosser. || We zellen meteen de modder maar over ’et land flossen. Dat het aan ieder Ingeland zal vrijstaan van de getrokken bagger of modder te maken een of meer belten, of wel te gebruiken tot het florsen zijner landen of om daarmede sloten te dempen ... Wanneer hij begrijpt de getrokken modder tot florsen te gebruiken, in dat geval zal (onder de hoeveelheid modder, die ieder ingeland verplicht is per morgen te baggeren) niet worden begrepen die geflorste modder, welke tot verbetering der wallen is gebruikt, gelijk ook niet onder de meting zal worden gebragt die modder welke alleen is gebruikt tot verbetering van wallen aan landen niet geflorst zijnde, Keur v. d. polder Westzaan (a° 1806).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
vlossen , flosse , vlosse , werkwoord , Met de flos(beugel) de slappe, steeds weer aangroeiende slootkant of de bagger op de wal trekken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal