elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: volger

volger , [deksel] , volger , (mannelijk) , volgers , deksel; kaasvolger, het deksel van den kaaskop. Vroeger bestond de volger uit eene platte houten schijf met klamp, nu maakt men ze uit één stuk hout, dat op de draaibank rond gesneden en aan den onderkant uitgehaald wordt, zijnde aan de bovenzijde vlak; deze vorm bevordert tevens het spoediger rond worden van de kaas.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
volger , volgers , de personen, buiten de familie, die den lijkstoet uitmaken. Zie: volgen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
volger , volger , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Bij de boeren. Het deksel van de kaaskop, waarop de pers werkt en dat de portel uit de kaas drukt. Vroeger bestond de volger uit een platte houten schijf met klamp, nu is het een op de draaibank rondgemaakt stuk hout met een uitholling van onderen en vlak van boven. – Evenzo elders in Holl. || Men (wikkelt) de kaas in een linnendoek, doet haar dus omkleed in den vorm, legt er den volger op, en plaatst het geheel onder de pers, BOUMAN in Tijdschr. v. Nijverheid 5 (1839), 671. In den kaasvorm, of het kaasvat, sluit een deksel, het welk rond is, en uit zwaar 1½ duims eikehout bestaat: het wordt volgert genaamd, om dat het op de lagen kaas volgt, en niet op den rand van den kaasvorm, als een deksel sluit, maar binnenskants in den vorm zakt of inzinkt als de kaas geperst wordt, BERKHEY, Nat. Hist. 9, 435. – Voorts kent men het woord ook in Oost-Friesl. (KOOLMAN 1, 533).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
volger , volger , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Als de naam van verschillende stukken land te Assendelft. || Die volgher, Polderl. Assend. II f° 68 r° (a° 1600). In de volgher 600 (roeden), noch in de volgher 15 (roeden), ald., f° 70 r°. Die kaech in de volger (buitendijks), ald., f° 101 r°. Een stucke landts genaempt die volger buyten dijcx inde kaech, Hs. U. 19, f° 132 r° (a° 1580), prov. archief. Item Dirx Pieters zone ende Jan Dirx zone V made lants inden volger, dat Claes Pieters lest had, Hs. (Assendelft, 15de e.), Rijksarchief. In Deddeswere unum volchere ... In Nesse in orienti quinque volchere ... In Reynwardeswere unum volcher. In Wilbrandi Maginwere duo volghere. In Franewere quatuor volghere, Oorkb. I no. 204 (a° 1182-1206), aldaar nog meermalen. – Evenzo elders in Holl. (Keuren van Waterl. 61; Kaart v. d. Uytw. Sl. 7 en 8; Oorkb. I, no. 105) en in Friesl. (WINKLER, Lijst v. Fri. eigennamen 107 b). Door de benaming volger schijnt te zijn aangewezen land dat volgde op, dat gelegen was achter de stukken land die onmiddellijk grensden aan de dijk, aan het vaarwater, dan de weg enz. Vgl. V. MIERIS 2, 600 b (a° 1337): “Voirt sullen die Dijcgraven, ende die Hyemraders van Zwindrecht verclairsen in scoblands achtendel, dat land, dat si te grote meten sien, hoe veil des hoeftslands (vgl. hoofdakker, hoofdbreed) es, jof volgherlands es”, en Hs. v. Egmond B, f° 10 v° (a° 1358): “in Rinninghem XIJ tichen (zie tich) met horen volghen”. – Vgl. ook “Kennemerland en Kennemer-gevolg” (met de “Kennemervolgers” als opgezetenen) ter aanduiding van dat gedeelte van N.-Holl., hetwelk onder Kennemerland ressorteerde, zonder er eigenlijk toe te behoren (de Zaanstreek, Graft, de Rijp enz.); zie Mnl. Wdb. 2, 1832.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
volger , volger , zelfstandig naamwoord de , Ook: 1. Iemand die bij het kermisbiljarten ‘volgt’, zie volge. 2. Deksel van de kaaskop waarop de pers drukt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
volger , volger , de , volgers , volger bij een begrafenis Waren der veul volgers? (Gie)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal