elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wapeling

wapeling , wapeling , (vrouwelijk zonder meervoud) , zeepsop, waschwater. De wapeling is vetter en troebeliger naarmate de wasscher meer zeep gebruikt.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
wapeling , wapeling , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Hete zeepsop. || De bedsvakken (bedstede) met wapeling doen. In de schoonmaak ruikt ’et hele huis nê de wapeling. Kind, bran-je niet an die hete wapeling. Dat niemant van die geene die ontrent het kerckhoff woonen en sal vermogen eenige wapelingh, water off ander vuyligheyt op de goten vant kerckhoff te lossen off uyt te gieten, Hs. keur (a° 1660), archief v. Assendelft. – Evenzo in geheel N.-Holl., soms ook in de vorm wafeling en wamelem (DE JAGER, Taalk. Magaz. 3, 515; Navorscher 4, 123 en 7, 321; BOUMAN 114; Taal- en Letterb. 2, 65; O. Volkst. 2, 176). || Voorts sal hem niemant vervorderen eenige Wapelingh, vuyl Water, ofte vuyligheyt, om ofte by de nieuwe Bomen te gieten (keur v. Akersloot, a° 1661), LAMS 488. Heete wapeling, N. VAN FOREEST, Beleg v. Alkm. 100. Het woord behoort bij Ofri. wapul, wapel, wepel, water (VAN HELTEN, Aofri. Gramm. § 26, A. 1; HALBERTSMA 678; KOOLMAN 3, 511). Vgl. wapelen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
wapeling , wapeling , wapele, wapelen, wapening , zelfstandig naamwoord de , Hete zeepsop, heet afwaswater (verouderd). Het woord behoort bij Oostfries wapul, wapel, wepel = water. Zie Boek. onder wapeling.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal