elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: worpelen

worpelen , [zacht spenen] , wurpelen , (transitief werkwoord) , zacht spenen. Alvorens de koe gemolken wordt begint men eerst te wurpelen. Men trekt een weinig melk uit de spenen, bevochtigt de handpalmen en maakt de spenen nat, wrijft een weinig aan het uier, terwijl de melk begint te schieten en men het melken aanvangt. Goed wurpelen is een voornaam vereischte om goed te melken.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
worpelen , worpelen , wurpelen , (wòrpǝlǝ) , (zwak werkwoord, intransitief) , In de Wormer wurpelen. Bij boeren. Zacht aan de spenen trekken, kloppen en wrijven aan de uier, en de spenen zacht en lenig maken door middel van groene zeep of vuile boter; de bewerking die aan het melken voorafgaat. || As je niet goed worpele, krijg-je niet alle melk. – Evenzo in de Beemster (BOUMAN 116).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
worpelen , wurpele , werkwoord , Vóórmelken, eerst wat melk uit de spenen trekken, daarna de spenen bevochtigen, vervolgens de uiers licht wrijven en dan pas begint het eigenlijke melken. Het woord is een afleiding van wurpe = werpen, dat voorheen ook de betekenis had van wrijven, opspannen. Zie het N.E.W. onder werpen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal