elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zeunis

zeunis , zeuning , zeuning, een verkenszeuning, een langwerpig vierkante bak waar in men de verkens eeten geeft draagt dezen naam op Veluwe. Die zelfde bak heet in ’t graafsch. Zutphen een verkenszomp. Zo is ’t: in Drenthe noemt men dit eenvoudig een verkenbak.
Bron: Berg, A. van den en H.J. Folmer (1774-1776), ‘Veluws en Drents uit de 18e eeuw’, uitgegeven door K. Heeroma in: Driemaandelijkse bladen 12 (1960), 65-83, 97-116.
zeunis , zeunis , (vrouwelijk) , zeunissen , varkenstrog, voederbak. De varkenszeunissen zijn onderscheiden van grootte, al naar mate het gebruik waartoe zij moeten dienen; om het stuk bijten voor te komen worden zij aan den bovenkant met bandijzer beslagen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
zeunis , zeunie , zeunis , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Ook zeunis. Varkenstrog. || Doen wat spoeling in de zeunis. Een varkensseunie, Hs. invent. (Wormer, a° 1766), prov. archief. – Zie een zegsw. op varken. – Schertsend spreekt men ook van: een zeunie vol koffie, voor een boordevolle kop. – De zin van bakje, vloot, heeft het woord in de samenst. perszeunis; zie aldaar. – Zeunie is ook elders in N.-Holl. gebruikelijk en wordt reeds door KIL. opgegeven (seunie, suenie); zie ook Uitlegk. Wdb. op Hooft 4, 395. De vorm zeunis hoort men in geheel N.-Holl. (BOUMAN 117). Daarnaast zegt men zeuning (b.v. te Heemskerk), dat ook bij BREDERO gevonden wordt (vgl. Wdb op Bredero 326).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
zeunis , zeunis , zelfstandig naamwoord de , 1. Varkenstrog. 2. Schertsend voor tapkast. | Hai zit meist alle dage an de zeunis. Vgl. Boek. onder zeunie en zeunis. Vgl. Middelnederlands sonie, soenie, zoenie = trog.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
zeunis , zeuning , zelfstandig naamwoord , trog, voederbak (KRS: Wijk, Lang, Coth, Werk, Bunn, Hout, Scha; LPW: IJss, Mont, Bens, Lop, Cab, Pols) Voornamelijk gebruikt voor varkens, maar ook wel voor andere dieren. Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 146) en in Gouda (Lafeber 1967, p. 190). Zie Taalatlas, afl. 1, nr. 11: de voederbak van het varken , en Van Veen (1964, p. 74-76 en p. 117): zeuning is in Utrecht algemeen. Zie hoofdstuk 4, punt 1: de boerderij .
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
zeunis , zeuning , trog, voederbak, zunig(Uddel 1874).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal