elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zweelhooi

zweelhooi , [soort hooi] , zweelhooi , (onzijdig zonder meervoud) , hooi dat met de hark aangezweeld wordt. Vroeger was het de gewoonte, het gedroogde hooi niet alleen met de vork aan rooken te brengen, maar tevens ook te gelijk het zweelhooi met de hark aan te zwelen; thans laat men veelal het zweelhooi liggen, en zoekt dat later met de hark bij malkander.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal