elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanspannen

aanspannen , [beginnen, in een span plaatsen] , anspannen , de paarden voor den wagen plaatsen; vör uw alleene spant de Dü̂vel n(i)eet an. voor u alleen geeft de Duivel zich de moeite van inspannen en halen niet, m. a.w. wees maar niet bang spoedig dood te gaan.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
aanspannen , anspannen , met een ander = elk een paard leveren en samen uit rijden gaan; zij hebben mit ’n kander anspand. (v. Dale: met iemand aanspannen = samenspannen, zich vereenigen.) Vgl. Verdam art. aanspannen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aanspannen , anspannĕn , inspannen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
aanspannen , áspanne , vur d’n iërste kiër ut paerd ut getuug á doon um ut te lîere trekke.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
aanspannen , anspannen , sterk, zwak werkwoord, overgankelijk , 1. aanspannen Het peerd mus eerst opzied, anders kun ik hum nich anspannen (Bco) 2. uitvoeren, inspannen (Zuidoost-Drents zandgebied) Dat moet wij tehoop anspannen um dat wark daon te kriegen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanspannen , anspannen , anspanen, anspännen , (Kampen) 1. aanspannen (van een proces); 2. inspannen van een paard voor de wagen. Ook: anspanen (Kampereiland, Kamperveen), Gunninks woordenlijst van 1908: anspännen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aanspannen , anspann , voor de wagen spannen van paarden.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aanspannen , anspannen , werkwoord , aanspannen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanspannen , ònspanne , zwak werkwoord , ònspanne - spande(n) aon - òngespanne , aanspannen; Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - AANSPANNEN - dicht op een spannen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal