elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afvoeren

afvoeren , ofvouêrn , (afvoeren, afvoederen) = het voor ʼt laatst op een dag voederen van vee, dat meestal bestaat in het geven van een weinig hooi, vóór men naar bed gaat; onze volk bin an ʼt ofvouêrn. Overijselsch ofvooren, Oostfriesch affooren; Deensch fore af = vóór den nacht voeder geven. (v. Dale: afvoederen (in de volksspraak veelal samengetrokken tot afvoêren) bw. zw. = ze zooveel voederen als noodig is, ze van het noodige voeder voorzien.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
afvoeren , ofvoerĕn , de koeien vóór de nacht voeren.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
afvoeren , ofvouern , kort voor bedtijd laatste voer aan het vee voorleggen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
afvoeren , ofvoere , werkwoord , Het voeren gedaan maken, het laatste voer geven. | Wul jij de koeie efkes ofvoere?
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
afvoeren , ofvoeren , het vee ’s avonds laat nog wat toestoppen en de restanten aanvegen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
afvoeren , ofvoeren , voeren of, of evoerd, , het laatste voer geven.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
afvoeren , ofvoren , zwak werkwoord, overgankelijk , het laatste voer geven voor de nacht Wij moet nog even ofvoren en dan kuw hen bedde (Oos), (zelfst.) Bij het ofvoren kreeg het peerd nog wel ies een ömmer waeter en een fosse heui (Dwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afvoeren , òfvoeren , voor het naar bed gaan het vee verzorgen (controleren) (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
afvoeren , òfvoeren , afvoeren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
afvoeren , ofvoern , het laatste voer geven na het melken. ’t Leste voer ’s aoms an ’t vee geevm nuump de boern ofvoern.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
afvoeren , ofvoeren , werkwoord , 1. voor de laatste maal voeren op een dag en nog even controleren 2. naar elders voeren 3. van een lijst schrappen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afvoeren , ofvoere , werkwoord , voer of, voerde of, ofgevoerd , afvoeren
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
afvoeren , ofvoere , werkwoord , voer of, voerde of, ofgevoerd , laatste nachtvoederbeurt geven aan het op stal staande vee Ja, hij is wel thuis, maor hij’s an ’t ofvoere Ja, hij is wel thuis, maar hij voert het vee de laatste keer op deze dag
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
afvoeren , ofvoeren , (werkwoord) , voeren of, of-evoerd , afvoeren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
afvoeren , afvoejere , het laatste voer van de dag geven , a’gij nou gauw af gaot voejere dan kunne we op tijd weg = als jij nu voor de laatste keer gaat voeren dan kunnen we op tijd weg-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
afvoeren , ofvoeren , voor het slapen gaan het vee nog eenmaal voeren.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal