elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bouwmannetje

bouwmannetje , [soort vogel] , bouwmannegien , witte kwikstaart. Gron. akkermantje, boumantje, baumannechien, Motacilla Alba, een trekvogel met zwarte en witte tinten en blauwgrijzen rug. Schlegel p. 73. Oostfr. akkermantje, wipstert.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
bouwmannetje , baumannechien , baumantje, boumantje , baumannechien (Stad-Groningsch); zie: akkermantje.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bouwmannetje , bouwmannĕchien , vogelnaam, (kwikstaartje?)
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
bouwmannetje , baauwmantje , witte kwikstaart
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
bouwmannetje , bouwmannegien , het , bouwmannegies , witte kwikstaart, Motacilla alba In de meitied loopt de bouwmannegies achter de ploeg an (Oos), As je een bouwmannetje zain en je hebben ain cent in de buutse, dan hej het haile joor geld (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bouwmannetje , bouwmannegien , bouwmantien , zelfstandig naamwoord , et; kwikstaart, akkermannetje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal