elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: draaihek

draaihek , dreejhekkĕ , hek, in een vreengĕ, dat men niet behoeft op te lichten om het te openen (vgl. slingĕrhekkĕ).
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
draaihek , dri’jhekke , zelfstandig naamwoord , et; draaihek
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
draaihek , draajhèkke , zelfstandig naamwoord , WBD (Hasselt) draaiend weidehek
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal