elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: drieslag

drieslag , dreeslag , op ’n dreeslag, hals over kop.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
drieslag , drieslag , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze gaan je goddeleke drieslag, ga je gang, haal je hart maar op. Mogelijk is de zegswijze ontleend aan het dorsen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
drieslag , drieslag , de , (Zuidwest-Drenthe, noord, Zuidoost-Drents zandgebied) = tempo bij dorsen met de vlegel IJ heurden het geklop van de drieslag of van de veerslag (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
drieslag , driyslag , manier om (onvruchtbare grond) toch enigszins rendabel te bewerken: Het eerste jaar werd er tarwe of rogge als wintergraan verbouwd, het tweede jaar werd gerst of haver als zomergraan gezaaid en in het derde jaar lag het land braak. Later liet men de grond niet meer braak liggen, maar zaaide men klaver, dat de akker veel vruchtbaarder maakte.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
drieslag , drieslag , zelfstandig naamwoord , de 1. drievoudige slag bij vlegelen 2. drieslag bij dammen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
drieslag , drieslag , zelfstandig naamwoord , WBD óp nen drieslag (lôope) - gezegd v.e. paard dat tegelijkertijd galoppeert en draaft; A.P. de Bont: drieslag zelfstandig naamwoord. m. drieslag: 1) zekere onregelmatige gang v.e. paard; 2) term bij het dorsen met vlegels.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal