elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gevallig

gevallig , [aangenaam] , gevallig , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , aardig, aanminnig toevallig, gemakkelijk, aangenaam,.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
gevallig , gĕvallĕch , toevallig.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
gevallig , gevallig , toevallig (1893).
Bron: Beets, A. (1954), ‘Leidse woorden en uitdrukkingen’, in: Bicker Caarten, A. (red.), Leids Volksleven, Leiden: Sijthoff
gevallig , gevallig , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied) = vriendelijk en behulpzaam Hij is aaid hiel gevallig veur oes west (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal