elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: heen-en-weertje

heen-en-weertje , hen-en-weertien , entĕwéér , ogenblikje.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
heen-en-weertje , heen-en-wéértje , heneweertje , zelfstandig naamwoord ’t , in de zegswijze op ’n heen-en-wéértje, snel heen en terug. | Hai is effies op ’n heen-enwéértje nei Hoorn.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
heen-en-weertje , hendeweertien , henneweertien, hentweertien , het , (Zuidwest-Drenthe). Ook henneweertien, hentweertien (dva) = poosje Aj altemit nog een hendeweertie wilt komen dan muj de knapen bescheid mitdoen (Hgv), Dan muj even een hendeweertien wachten (Hav), Dan gao ik nou een henneweertien wien in de hof een poosje wieden (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal