elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: helendal

helendal , [helemaal] , heelkendal , (bijwoord) , geheel en al. Die dingen zijn nu heelkendal uit de mode, het is heelkendal, glad met hem gedaan, het is er heelkendal bezijden.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
helendal , heelendal , heelndal, hielndal , geheel en al; – waogens, Heelendal vol volk gestopt, hielndal niet zoo slim. Gron. hijlendal, heildal; Neder-Bet. heelendal, Overijs. ielendal, Oostfr. hêl un dal, gans un d’al. Staat voor: heel ende al, als: Kil. om ende om, Gron. ōmendōm, in ’t MNederl. omme ende omme = onafgebroken.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
helendal , hijlendal , heildal, haildal, hijndal, hijldaal, hijldal, heel , in ’t Westerkwartier dikwijls samengetrokken tot huid’l, hijd’l, alsook: hailal, en elders: heelal, heeldal, heelndal, heilal, heilendal, hailendal = geheel en al; ’t is hijlendal mis, verkeerd, verröt, enz.; ’t is hijlendal gijn boudel = dat kan, dat mag zoo niet, daarmee kan men geen vrede hebben, die toestand heeft reeds te lang geduurd; ’t is hijlendal nog gijn twalf uur = de klok heeft nog geen twaalf geslagen; stait de lamp midden op toavel?nee, hijlendal nijt = niet precies. – Voor: evenwel, toch, ook zonder dat…; nijt allèn doarom, moar hijlendal. (Zie: hijldal; hetzelfde geldt voor: hijlendal.) Drentsch hielndal, Neder-Betuwsch heelendal, Oostfriesch hêl un dal, gans un dal. – Staat voor: heel ende al; vgl. ōmendōm, ōpendōp.
hijldal (Ommelanden). De klemtoon valt in: ’t is hijldal mis mit hōm, op de eerste lettergreep; in: dat wi’k hijldal nijt looven, op de tweede lettergreep, wanneer men bv. zulk een gerucht of vermoeden nog het ongelooflijkst of onaannemelijkst vindt. Ook legt men op beide gelijken nadruk, bij eene ernstige zaak, waarbij men betrokken is of waarover men ernstig heeft nagedacht: da’s hijldal verkeerd, dat mouten ze nooit doun.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
helendal , heelĕndal , geheel en al.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
helendal , heeldal , bijwoord , helemaal
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal