elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hooimijt

hooimijt , heujmietĕ , hooimijt.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
hooimijt , hoimiet , m , hooimijt.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
hooimijt , heujmiete , hooimijt.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
hooimijt , heuimiet , de , hooischelf Ze harren een boek an de heuimiete (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hooimijt , heuimiet , de , donderbeestjes in hooitijd (Zuidoost-Drents zandgebied)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hooimijt , hujmiet , huimiet , zelfstandig naamwoord , de; enigszins op molm gelijkende, fijne mijt in het hooi
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hooimijt , hujmiete , huimiete , zelfstandig naamwoord , de; hooimijt, hooiberg
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hooimijt , hôojmèèt , zelfstandig naamwoord , hooimijt; WBD veldschuur (vrijstaande, van alle zijden open bergplaats, met op en neer beweegbaar dak, bestemd voor overwegend hooi), ook 'schèlf' of 'hôojbèèrg' genoemd
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal