elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: horloge

horloge , orologie , oorlogie , (vrouwelijk), (onzijdig) , uurwerk, meest voor een zakuurwerk.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
horloge , allozi , (onzijdig) , horloge.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
horloge , allozie , allosie, ollozie , horloge; ook Zuid-Holland; Limburg erlozie, Oostfriesch allôsje, ôrlôsje. – Ook in alle samenstellingen, bv. alloziedop, alloziemoaker, allozieveer, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
horloge , alloozie , horloge.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
horloge , alloozie , horloge
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
horloge , alloozie , zelfstandig naamwoord, onzijdig , alloozies , alluezieken , horloge
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
horloge , lozie , lózzie , m , horloge.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
horloge , ollozie , allozie , horloge
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
horloge , orlôzie , zelfstandig naamwoord ’t , Dialectische variant van horloge.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
horloge , lòzzie , zelfstandig naamwoord , horloge. Pietje D. waar ’ne merakels goeje lòzziemaoker.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
horloge , allozie , horloge.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
horloge , allozie , horloge.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
horloge , allozie , hallozie, alozie, helozie, hollozie, horlozie, hor , allozies , Ook hallozie (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, wb, mc), alozie, helozie (Zuidoost-Drents veengebied, hi), hollozie (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Veenkoloniën), horlozie (Zuidwest-Drenthe), horloge (Kop van Drenthe), elozie (Zuidoost-Drents veengebied) = horloge Men har vrogger halloziekasten um het hallozie, dan kun het niet beschadigen in de buse (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
horloge , lòzzie , horloge. Wa bende gij toch unne lozzie, wat ben je toch een sufferd.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
horloge , allozie , horloge
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
horloge , alloozie , horloge.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
horloge , lózzie , horloge , Meej'jew plééchtege kemuunie kriig'de vruuger ne lózzie, dé was 'n kösselek kedoow. Met je plechtige communie kreeg je vroeger een horloge, dat was een duur cadeau.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
horloge , gelosie , gelozie, helosie, telosie, hollosie, horloosje, or , zelfstandig naamwoord , et; horloge
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
horloge , hurlozie , gelozie , zelfstandig naamwoord , hurlozies, gelozies , hurlozietjie , horloge; gelozie [Phk]
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
horloge , lôzzie , horloge
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
horloge , allozie , (zelfstandig naamwoord) , horloge.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
horloge , lalloozie , zakhorloge, rond zakhorloge dat aan een ketting gedragen werd, in die tijd droeg men een vest en de ketting zat met het uiteinde vast aan een knoopsga
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
horloge , lózzie , kluns, horloge , Wa bénde toch ne lózzie inne. Wat ben je toch een kluns., Hi iemes munne lózzie geziejn? Heeft iemand mijn horloge gezien?
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
horloge , hallozie , alloziej , gelosie , halosie, halozie, helosie, he , horloge; blikken horloge, goedkoop horloge.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
horloge , lózzie , gelózzie, loozie , zelfstandig naamwoord , horloge (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Land van Cuijk; Tilburg en Midden-Brabant);gelózzie; horloge (Helmond en Peelland); loozie; horloge (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
horloge , horloeazje , (vrouwelijk) , horloeazjes , horluuezjeke , horloge
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
horloge , horreloosjie , ’t is nogal ’n eike horreloosjie ok!, ’t is niet veel bijzonders
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
horloge , lozzie , allozzie, loozie , zelfstandig naamwoord , horloge; Dirk Boutkan:  verkleinde vorm = lozzieke; - Maag ik (maak) onze paa zene lozzie aon? - Mag ik vaders horloge aan?; - Kees en Bart (ca. 1925; in Tilburgsche Post) – 'lozie'; 'loziemaoker'; - ...en hij keek op z'ne lozzie... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’; 'De nuuwe dokter'; feuilleton in 4 afl. in NTC 27-1-1940 – 17-2-1940); - ...dan vat oome Teun z'nen lozzie uit z'nen zak en controleert of ie [de trein] wel op tijd is. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Oome Teun naor zee’; NTC 18-11-1939); - ...'n dikke gouwe lozzieketting over z’n bontvestje... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’n Staandbild in Baozel’; feuilleton in 4 afl. in de NTC 20-5-1939 – 17-6-1939); - ...alles wè-t-ie dee, dè dee-t-ie zóó krek op tijd en minuut en regel, asof er in plaots van z'n hart 'nen lozzie zaat te tikken in z'n borstkaast. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de NTC 25-2-1939 – 18-4-1939); - ...Den dokter trok wuust z'nen lozzie uit z'nen vestzak... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de NTC 25-2-1939 – 18-4-1939); - Toen krèèg ie enen doubleeje lozzie... (Lechim; ps. v.  Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et heej nie geholpe.); WBD III.1.3:260 - 'horloge' = horloge; ook ' (vest)zakhorloge'; A.P. de Bont - lo'zi, zelfstandig naamwoord m. - horloge; S.G. - allozie, blz. 281 (aant. Witters); Jan Naaijkens - Dè's Biks – lòzzie zelfstandig naamwoord  - horloge; Bosch - lozie - horloge, sufferd; allozzie; horloge (zie lermma 'lozzie'); Mar dè hèk zelvers op mènen alloozie naogegaon, dè dè messien nao zeuven en in halve menuut nog boven in de locht zaat... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal