elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hovaardig

hovaardig , hoogveerdĕch , trotsch.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
hovaardig  , hoevaerdig , hoovaardig.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
hovaardig , hoveerdeg , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , trots
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
hovaardig , hoovèrreg , bijvoeglijk naamwoord , hovaardig; Henk van Rijen: 'hoovèèreg, hoovèèrdeg' - hovaardig; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch (1899): ;  HOOVÈÈRIG - hovaardig
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal