elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: huisraad

huisraad , [inboedel] , huysraat , en cameraat Deze twee woorden komen voor in de statuten enz. overgedragen, opgemaakt en gesloten bij Johan Grave tot Nassau, Heer tot Breda, den 23. Augustus 1455, onder mij in handschrift berustende: “Item dat men door openbaar overspel verstaan sal en houden als twe persoonen man ende wyff samen huysraat off cameraat openbaarlyk houden enz.” Dit raat beteekende oudtijds niet alleen contubernium, maar ook eene conjunctio viri et foeminae, zie WACHTER op Raten. Dus zal huysraat en cameraat beteekenen eene ontuchtige zamenwoning in een huis of op eene kamer.
Bron: Hoeufft, J.H. (1838), Aanhangsel op de proeve van Bredaasch Taal-Eigen, bevattende ophelderingen van eenige in onbruik zijnde woorden en spreekwijzen, in oude Bredasche stukken voorkomende, Breda.
huisraad , hoesraod , huisgeraad, huisraad, Gron. hoesgroad.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
huisraad , hoesgroat , huisraad. Staat voor: huisgeraad = huisgereedschap. Drentsch hoesraod, Oostfriesch hûsgerâd, Hoogduitsch Hausgeräth; huisgeraad is in ’t Nederlandsch verouderd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
huisraad , huusraod , huisraad.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
huisraad , huisreid , zelfstandig naamwoord de/’t , Het huisraad.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
huisraad , huusroad , huisraad.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
huisraad , hoesraod , hoesgeraod, hoesgerak, hoesgerei , het , Ook hoesgeraod (Zuidoost-Drenthe, Kop van Drenthe), hoesgerak, hoesgerei = huisraad, inventaris Het hoesgerak wuurd deur de naobers ophaald bij een verhuizing (Pdh), Ze hebben het hoesgeraod verkocht (Row), Die vent hef in een dronken buie al het hoesraod kört en klein houwd (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
huisraad , huusraod , zelfstandig naamwoord , et; huisraad, inboedel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
huisraad , huisrôd , huisraad
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
huisraad , hoesraod , (vrouwelijk) , huisraad
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal