elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: huppelklink

huppelklink , [insect] , huppelklinke , sprinkhaan.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
huppelklink , huppĕlklinkĕ , sprinkhaan.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
huppelklink , huppeklinke , huppelklinke , de , (Zuidwest-Drenthe, zuid, dva, dc:Mep). Ook huppelklinke (dva) = sprinkhaan
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
huppelklink , [levendig kind] , huppeklinke , levendig kind (Oldebroek, Wezep).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal