elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: karnmolen

karnmolen , kaarnmeulĕ , karnmolen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
karnmolen , kaenemölle , karnmolen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
karnmolen , kaenmölle , karnmolen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
karnmolen , kaarnmeul , de , karnmolen De kaarnmölle stund in de ole kamer (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
karnmolen , kermeulen , apparaat om te karnen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
karnmolen , kärnemeule , (Kampereiland, Kamperveen) karnmolen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
karnmolen , kaarnmeule , karnmeule, kaanmeule , zelfstandig naamwoord , de; karnmolen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
karnmolen , kaerenmeule , zelfstandig naamwoord , kaerenmeules , kaerenmeulentjie , karnmolen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
karnmolen , kermeule , karnmachine
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal