elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: knetteren

knetteren , knittêrn , voor: kraken, van dun ijs, zóó, dat er scheuren ontstaan. Die kleine bersten of scheuren heeten knitterscheuren, ook als zij in glas aangebracht zijn. Vgl. knistêrn.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
knetteren , knittern* , knitterslag*, ook bij van Dale.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
knetteren , knittĕrĕn , knetteren.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
knetteren , knàtrn , werkwoord, zwak , 1 knetteren, 2 met geraas vallen of zich bewegen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
knetteren , knettere , a/knetteren, b/winden laten. Wie zit daor zò te knettere? Wie laat daar winden?
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
knetteren , knettern , knittern , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook knittern (Noord-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, noord) = 1. knetteren Dat holt knittert zo mooi in het vuur (Bco), Het knettern is niet van de lucht (Klv), Het koren is doodriep het knettert het oet (Sle), De jongen bint weer met de olde bromfietsen an het knettern (Hijk) 2. vloeken, tieren Op de kinder knettern helpt vaok niks (Nor), Daor knetterde het aordig (Ndo), Hij knettert alle duvels uut de helle (Klv) 3. vallen (Zuidwest-Drenthe, zuid) Het is mij onderstebaoven eknetterd, ... ekletterd (Hgv), zie ook bij knittern
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
knetteren , knittern , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , knisperen Aj een kraant in mekaar frommelt, knittert dat nogal (Hoh), Aluminiumfolie knittert zo (Bor), zie ook bij knettern, knistern
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
knetteren , knetteren , werkwoord , 1. knetteren 2. op harde wijze foeteren
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
knetteren , knèttere , zwak werkwoord , knetteren, een scheet laten; WBD III.1.1. lemma Een wind laten – Tilburg [als enige plaats van opgave]
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal