elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kopzeerte

kopzeerte , [hoofdpijn] , kòpzeerte , (vrouwelijk) , hoofdpijn.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kopzeerte , kopzeerte , koppien, heufdpien en heufdzeerte (Hoogezand, Goorecht) = hoofdpijn. “Geertje was, seker woar, ook wel ijs wat verdrijtig, zij har ’n bult last van kopzeerte en koeskilling.” Drentsch kopzeerte, Oostfriesch koppîn.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kopzeerte , kopzeertĕ , hoofdpijn.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
kopzeerte , kopzeerte , vrouwelijk , hoofdpijn
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kopzeerte , kopzeerte , hoofdpijn.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kopzeerte , kòpzeerte , zie kòppiene
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kopzeerte , kopzeerte , Hoofdpijn
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kopzeerte , kopzeerte , zelfstandig naamwoord , de; hoofdpijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal