elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lammenadig

lammenadig , lammenoadîg , lammenoardîg , zie: lamlendîg.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
lammenadig , lammenaadig , lammenaardig , Lam, vervelend, onaangenaam. ʼn Lammenaa(r)dige kérel. ʼk Bin zoo lammenaa(r)dig.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
lammenadig , lammenadig , (bijvoeglijk naamwoord) , Ellendig, akelig. || Wat ’en lammenadige vent. ’t Is lammenadig weer vandaag. Kousen stoppen is ’en lammenadig werk. – Het woord is ook elders gebruikelijk.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
lammenadig , lammĕnaodĕch , lamlendig.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
lammenadig , lammenaardig , lammenaadig , Lam, vervelend, onaangenaam. ’n Lammenaa(r)dige k(i)eerel. ’k Bin zoo lammenaa(r)dig.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
lammenadig , lammenoareg , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , lamlendig
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
lammenadig , lammenoadeg , hangerig, loom
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
lammenadig , lammenadig , bijvoeglijk naamwoord , Ellendig, akelig, vervelend. | Wat ’n lammenadige kirrel! Vgl. Fries lammenadich. Het N.E.W. ziet het woord als een afleiding van lam en vermoedt dat het tweede element is ontstaan onder invloed van Latijn lamentare = jammeren, klagen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
lammenadig , lammenaerig , beroerd, niet fit.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
lammenadig , lammenarig , lammenaerig, lammenadig, lammenaodig, lamenaorig, , bijvoeglijk naamwoord , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook lammenaerig (Zuidwest-Drenthe, noord), lammenadig (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe), lammenaodig (Midden-Drenthe), lamenaorig (Veenkoloniën), lammenaorig (Kop van Drenthe), lammaorig (N:be) = lamlendig, lusteloos Hie zit daogs mor lammenaodig veur het glas, het leven hef veur hum niet veul zin meer zeg e (Eex), Het is een lammenadige boel (Hgv), Ik vuul mij zo lammenarig, ik kun wal ies wat under de lee hebben (Oos), zie ook lamlendig
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lammenadig , lammenadig , lammenärig , vervelend, onaangenaam. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: lammenärig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
lammenadig , lammenadeg , niet fit, slap. ’k Bin zo lammenadeg, ’k wete niet wat mien scheelt; ik geleuve, dâk de kolde in de pokkel hebbe.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
lammenadig , lammenarig , lammenaardig, lammenaodig , bijvoeglijk naamwoord , en var.; lammenadig, zich lamlendig voelend, vervelend, beroerd
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
lammenadig , lammenadeg , bijvoeglijk naamwoord , [O] lamlendig, akelig Dat ving ik lammenadeg werrek Dat vind ik akelig werk
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
lammenadig , lammenadig , (bijvoeglijk naamwoord) , lammenadig, onaangenaam, beroerd. Ik vule mi’j een bettien lammenadig. Zie ook: gasterig, sloerig, sloerderig.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
lammenadig , lamenadig , lammenadig, lammenaodig , vervelend, ellendig.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal