elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: langwerpig

langwerpig , lankwerpig , langwerpig , (bijvoeglijk naamwoord) , Daarnaast soms lankworpig. Langwerpig. Zie de wdbb. || Een lankworpige tafel. – De vorm langworpig komt o.a. bij VONDEL voor (VAN HELTEN, Vondel’s Taal, § 9) en wordt ook door KIL. opgegeven.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
langwerpig , lankwaarpĕch , lang van stof, langdradig.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
langwerpig , laonkwaipig , langwerpig
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
langwerpig , langwarpig , langwerpig, langwaarpig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe, Veenkoloniën). Ook langwerpig (Zuidoost-Drents veengebied), langwaarpig (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord) = langwerpig Dat waren van die langwaarpige korenbulten (Eco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
langwerpig , lankwärpig , langwerpig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
langwerpig , langwarpig , bijvoeglijk naamwoord , langwerpig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
langwerpig , lankwärpig , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , langwerpig.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal