elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lidmaat

lidmaat , leedĕmaot , lidmaat.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
lidmaat , lidmaot , ledenmaat, ledemaat, leedmaat , de , (prot.). Ook ledenmaat (Zuidoost-Drents zandgebied), ledemaat (Zuidwest-Drenthe, zuid), leedmaat (wh) = lidmaat van een geloofsgemeenschap Aj beliedenis daon hebt woj lidmaot (Hoh), As de mensken annomen worden as lidmaot, gaon ze van het leren of (Nor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lidmaat , ledemaoten , 1. ledematen; 2. Gunninks woordenlijst van 1908: lidmaten
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
lidmaat , lidmaote , lidmaat
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
lidmaat , lidmaot , zelfstandig naamwoord , de, et; lidmaat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
lidmaat , leedemaot , zelfstandig naamwoord , leedemaote , leedemaotjies , [O] lidmaat Hij is gêên leedemaot van ôôñze kerrek
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
lidmaat , ledemaoten , (zelfstandig naamwoord) , ledematen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
lidmaat , lidmaot , (zelfstandig naamwoord) , lidmaat.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal