elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mallejan

mallejan , maljan , soort van handvoertuig, o.a. op het Hoogeland, vooral bij bakkers in gebruik. De bak er van rust op twee wielen, en de last wordt zóó geplaatst, dat men het evenwicht gemakkelijk kan bewaren. In ’t Westerkwartier ook een platte vrachtwagen op twee wielen. (v. Dale: mallejan; eene soort van wagen om zware lasten te vervoeren.) Zie: mal.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
mallejan , maljan* , in ’t Westerkwartier ook: een platte vrachtwagen op twee wielen, Nederlandsch “mallejan” = een wagen om zware lasten, o.a. boomen, te vervoeren. Zie ook mal *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
mallejan , mallĕjan , stel van twee groote wielen, voor boomen-vervoer.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
mallejan , maljan , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze as maljan zitte, voor gek zitten (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
mallejan , marjan , mallejan; wielstel vur ut vervoer ván buëm.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
mallejan , maljan , mallejan, maaljan, maaljaan , de , maljannen , Ook mallejan, maaljan en maaljaan (Noord-Drenthe) = 1. mallejan, wagen om bomen te vervoeren Stelmaoker haar een maaljaan om bomen te vervoeren (Eev) 2. rare snuiter Van dei maaljan kin je zukke raore stekken verwachten (Erf), Hai houwde der in om as maljan in de hounder (Rod) 3. harlekijn (Zuidoost-Drents zandgebied) Van die poppies met touwgies der an zeden ze tegen van maljan (Sle) *Haor an haor, boek an boek en mallejan in het midden Antw. een disselboom tussen twee paarden (Eli)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
mallejan , mallejan , (Gunninks woordenlijst van 1908) mallejan
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
mallejan , mallejan , zelfstandig naamwoord , de; mallejan: tweewieler met disselboom; ook: lange wagen, boerenwagen met opzetstuk voor vervoer van bomen, lange balken e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
mallejan , mallejan , speciaal voertuig voor bomenvervoer
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal