elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: menigste

menigste , mennigsten , datum der maand; ook Gron.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
menigste , mennîgsten , hoeveelste der maand, datum; wat mennîgsten is ’t? = welken datum hebben wij van daag? hij is de zoomennîgsten joarîg = verjaart op dien datum; ook Drentsch. Zie ook: houmennigsten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
menigste , mennigsten , menigste (datum). Wat vör mennigsten of den humennigsten hèwe vandage? Kil. hoe-menigste.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
menigste , mennigstĕn , wat mennigstĕn, de hoeveelste?
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
menigste , [hoeveelste] , mennigsten , menigste (datum). Wat vö̂r mennigsten of den humennigsten hèwe vandage? Kil. hoe-menigste.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
menigste , mennigsten , (ouderwets), datum
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
menigste , mennigsten , minnigsten , datum.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
menigste , minnigsten , mennigsten , datum.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
menigste , mennigsten , mennigste, minnigsten , (veroud.). Ook mennigste (Kop van Drenthe), minnigsten (Veenkoloniën, Zuidwest-Drenthe, zuid), in Wat mennigsten hew eigelk vandaog, de virtiende of de vieftiende welke datum (Eex), zo ook Welke minnigsten is het vandage (Eli)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
menigste , mânnegstn , de hoeveelste (datum). Welke mânnegstn hew vandaege?
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
menigste , mennigste , rangtelwoord , hoeveelste
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal