elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: miegbak

miegbak , miegĕbak , bak voor mestvervoer, V, 53.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
miegbak , miegbak , de , 1. bak, die op de wagen wordt geplaatst voor vervoer van vloeibare mest (Zuidwest-Drenthe) De miegebak wordt of esleuten mit een scheutsel (Mep) 2. urinoir Der ligt peuken in de miegbak (Eex), Onderkaant tuul is bovenkaant miegbak timmermansterm (spottend) om de hoogte aan te geven (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
miegbak , miegbak , zelfstandig naamwoord , de; hoek op het erf waar men vaak urineerde
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal