elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: miezem

miezem , miezĕm , verlegen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
miezem , miezum , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drenthe in bet. 1.) = 1. erg zoet Dat draankie van de dokter is mij te miezum (Pes) 2. kieskeurig Wees mar niet zo miezum, neem het er mar goed van (Dwij) 3. bleu Det is zo’n miezum vrouwgien, die gef heur niet gauw (Koe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal