elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: molentje

molentje , molentje , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , zie molen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
molentje , meultien , ond. ploeg, V, 53.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
molentje , meulties , meulenties , zelfstandig naamwoord, meervoud , (Zuidwest-Drenthe). Ook meulenties (Zuidwest-Drenthe, zuid, Kop van Drenthe) = koekoeksbloem, Lychnis coronaria Het laand was rood van de meulenties (Noo), Tegen de geraofelde koekoeksbloumen zeden wai meulenties (Een)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
molentje , meultien , meulentien, meule , zelfstandig naamwoord , et 1. molentje 2. koekoeksbloem
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
molentje , meulentien , zelfstandig naamwoord , et; molenspel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
molentje , [plant] , meulentjes , kievitsbloemen
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal