elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nieuwmelks

nieuwmelks , [pas gekalfd hebbend] , nijmelkt , voor ’t eerst weer melk gevend, van koeien die afgekalfd zijn, Gron. neimelk, nijmelk, neimelk kou, Friesch Overijs. nijmelkte koe.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
nieuwmelks , nejmelktĕ koe , koe die pas gekalfd heeft.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
nieuwmelks , [pas gekalfd hebbende] , nîmelk , (bijvoeglijk naamwoord) , Nieuwmelkt. De kô is nîmelk. ʼn Nîmelke kô. Tot iemand, die verkouden in het hoofd is, zegt men: U nöze is nîmelk.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
nieuwmelks , niemelkt , Ne niemelkte kou: een koe die pas gekalfd heeft. Aigens niemelkt met wiään: voorbarig zijn met het praten over of het laten zien van iets nieuws.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
nieuwmelks , niejmelknd , bijvoeglijk naamwoord , pas gekalfd hebbende koe
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
nieuwmelks , nijmêlk , nieuwmelkt (een pasgekalfde koe is nijmêlk)
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
nieuwmelks , niejmelkt , wordt gezegd van een koe die pas gekalfd heeft (opnieuw melkgevend).
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
nieuwmelks , niejmelkt , ’n niejmelkte koe: een koe die pas gekalfd heeft.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
nieuwmelks , ni’jmelkt , niemelkt , van een koe: weer melkgevend na het kalven. Ook: niemelkt (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
nieuwmelks , niemelk , pas gekalfd. Wanneer mut die koe niemelk woddn?
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
nieuwmelks , ni’jmelkt , ni’jmelk , bijvoeglijk naamwoord , nieuwmelks, pas gekalfd hebbend
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
nieuwmelks , ni’jmelks , (bijvoeglijk naamwoord) , (van een koe) pas gekalfd hebbend.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
nieuwmelks , niemelks , niemelkt , (van koeien) pas gekalfd hebbende.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal