elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ogenslag

ogenslag , oogenslag , oogenblik (bijvoorbeeld een oogenslag werk).
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
ogenslag , [ogenblik] , oogenslag , oogenblik, oogwenk; ook Gron. Overijs.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
ogenslag , oogenslag , oogenblik; in ʼn oogenslag = in een oogenblik; ook Drentsch, Overijselsch
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ogenslag , oogĕnslag , oogenblik.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
ogenslag , oogenslag , Oogenblik; bij Kiliaan oogh-opslag.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal